

Descartes leefde van 1596 tot 1650 en wordt vaak als de vader van de moderne filosofie gezien. Descartes betwijfelde alles, zelfs zijn eigen bestaan, om er zo achter te komen wat zeker was. Hij vertrouwde zijn zintuigen niet, want zo kan bijvoorbeeld afstand dingen vervormen (iets wat groot is, zoals een vuurtoren, lijkt van veraf maar klein). Het zou kunnen dat hij misleid werd door een machtig goddelijk wezen, die Descartes laat denken wat hij wil. Maar Descartes vond toen een antwoord op de vraag of hijzelf eigenlijk wel bestond:
‘Ik denk, dus ik besta’
Zijn gedachten konden alleen door wezens misleid worden, als hij ook echt gedachten had, en iemand die gedachten heeft, moet wel bestaan.
Descartes besteedde zijn leven aan het onderzoek hoe lichaam en geest samenwerken. Descartes was wetenschapper, maar zijn denkbeelden waren erg tegen de heersende denkbeelden in en de kerk vervolgde wetenschappers. Descartes haalde zijn geschreven werk terug van de uitgever die het zou drukken, omdat hij bang was dat hij vervolgd zou worden. Hij verhuisde naar Holland, waar de mensen toleranter omgingen met nieuwe ideeën. Hij kwam tot de conclusie dat het lichaam lijkt op een machine, maar hoe de geest in contact staat met het lichaam vond hij moeilijker uit te leggen. Hij besloot deze vraag ‘af te doen’ door te verklaren dat het ontmoetingspunt van geest en lichaam een kleine klier in de hersenen is.
Bronnen: Filosofie voor jonge denkers & Filosofie: 100 essentiële denkers van Stokes, Zwart en van Ouwerkerk
HOME FILOSOFEN HERSENKRAKERS ALS JE MEER WILT WETEN TESTEN LEUKE EXTRA'S